Opeens zag ik mijzelf als een kwetsbaar en vooral oud vrouwtje. Die in de straat achter haar rollator schuivelt, want zelfstandig lopen dat lukt bijna niet meer.
Naar werk gaan. Niet meer mogelijk. Weg krachtige doortastende en rustige in balans zijnde dame die ik graag wil zijn. Nee, afgelopen, uitgeschakeld, niet meer van nut. Op de stapel Dor Hout gekomen.
Die gevallen was met de fiets en niet eens meer zelf overeind kon komen. Er moest zelfs een setje ambulancebroeders aan te pas komen. Wilde eigenlijk als een mol mijzelf onder het gras graven van schaamte. Maar ja, ook de graafpootjes waren slappe hap.
Bleef sukkelen en ook nog met andere zaken op gezondheidsgebied. Grapte er altijd als eerste keihard overheen, maar feit is, dat ik bang was dat dit het dan was. Minder fysiek kunnen, aftakelen tot een broos vrouwtje.
Niet meer zelf kunnen en mogen beslissen over hoe ik mijn leven indeel. Dat was de kern eigenlijk. Dat mij overkomt wat mijn moeder is overkomen. De allerliefste schoonkinderen beslissen over haar leven. Allerliefste is cynisch bedoeld in deze context; ze heeft ze nooit gemogen en vice versa.
Geen toeval denk ik dat ik het boek las/luisterde van Anna Enquist - Het einde van Erna Ankersmit.
Daarin geeft de hoofdpersoon heel helder aan hoe ze zo graag nog alles, op tachtig jarige leeftijd, zelf wil kunnen besluiten. Ze vindt zichzelf fit en gezond.
Wanneer de thuiszorg je leven overneemt. Bemoeizorg heet dat liefdevol.
Het lijkt mij een gruwel, maar wie weet heb ik tegen die tijd geen keus meer. Of ja, die ijsschots.